Is dit nou nodig?

Rutte III gaat de trappen op. Met onze koning. Na lang praten en soebatten, na veel touwtrekken en vliegen afvangen, gaat vandaag of morgen het nieuwe kabinet van start. Een frisse ploeg. Ze – de ministers en staatssecretarissen – hebben er allemaal reuze veel zin in. Ik wens ze veel succes en denk aan de hond en de kat en door wie worden we nou gebeten (ken uw spreekwoorden en gezegden!).

Maar mag ik me wel even verbazen? Om het de vier coalitiepartijen zo goed mogelijk naar de zin te maken, is er uitgebreid gesproken over het aantal ministeries, het soort ministeries en het aantal bewindslieden dat deze ministeries moet gaan leiden. Daar is een verdeelsleutel uitgekomen. Zo komen er soms twee ministers op één ministerie. Onderwijs. Buitenlandse Zaken. Maar ook op Veiligheid en Justitie. Uh, nee, op Justitie en Veiligheid. Want ze gaan de naam omgooien. Het één is, zo zeggen ze, belangrijker dan het andere. Juist ja.

Maar met die naamsverandering begint de ellende en moet de portemonnee open. Talrijke communicatiebureaus, van design tot strategie, gaan aan de slag met al die naamswisselingen (want niet alleen Veiligheid en Justitie, uh, Justitie en Veiligheid verandert van naam). URL’s van websites moeten aangepast, briefpapier, visitekaartjes, naambordjes, teksten in en op tal van publicaties, koffiemokken, paraplu’s en weet ik niet wat meer. Van ‘hoe gaan we dit positioneren?’ tot, ‘wie regelt de ontwerpen en het drukwerk?’ Een heidense job, die wel even gaat duren. En kosten, dus.

Is dit nou nodig? Nee, niet echt. Het is in mijn ogen teveel egostreling, muggenziften en miereneuken. Pleasen, zo zou ik het ook kunnen noemen. “What’s in a name”, zeker dat van een ministerie. Vraag op straat waar VWS voor staat en ze kijken je voor gek aan. Zonde van het geld, dus. Maar daar ga ik het maar niet over hebben.